Bevolkingskrimp regio Eemsdelta

Bevolkingskrimp regio Eemsdelta

Opdrachtgever: DEAL gemeenten

Krimp. Enkele jaren geleden durfden gemeenten het woord nog nauwelijks in de mond te nemen, wellicht uit vrees voor een self-fulfilling prophecy. Inmiddels zijn de meeste krimpregio’s de fase van ontkenning voorbij. Het onderwerp staat hoog op de politieke agenda, ook landelijk. Coen Weusthuis, in 2007 door de provincie Groningen gevraagd om krimp bij Groninger gemeenten te agenderen, geeft zijn visie op het vraagstuk van krimp.

“Als er over krimp gesproken wordt, gaat het vaak over het creëren van bewustzijn. Nou, dat bewustzijn is er volgens mij inmiddels wel”, meent Weusthuis. “Gebrek aan bewustzijn is volgens mij nu niet het grootste probleem. Belangrijker is nu de vraag: ‘Hoe wordt de pijn verdeeld?’ Krimp is een regionaal vraagstuk. Voor de gemeenten in een regio is het verdelen van de pijn dus een ingewikkeld samenwerkingsvraagstuk. Ze zitten in een soort van prisoner’s dilemma: welke strategie bezorgt mij de minste pijn? Als procesregisseur sta je voor de uitdaging gemeenten - maar ook tal van andere partijen - te begeleiden in dat proces. Daarbij moet de winst op langere termijn de pijn op korte termijn verzachten. Dat is politiek gezien nog geen sinecure.”

Twee heren
“Een goede rolverdeling tussen provincie en gemeenten is daarbij heel belangrijk”, weet Weusthuis. “Gemeenten gaan uiteindelijk toch vaak primair voor de lokale belangen. Begrijpelijk: je kunt immers niet twee heren dienen, de regio en de gemeente. De kunst is daar een goede balans in te vinden. Met de provincie in de rol van scheidsrechter. Niet om het over te nemen van de regio, maar wel om knopen door te hakken als de regio er niet uitkomt. Want krimp gaat over gemeentelijke grenzen heen. Het gaat over onderwijs, ouderen- zorg en dergelijke. Allemaal onderwerpen waar je regionaal een visie op moet formuleren.”

Nieuw paradigma
“Krimp vraagt om een verandering van paradigma”, aldus Weusthuis. “We gaan van een aanbod- naar een meer vraaggerichte markt. In een situatie van schaarste kan groei door de overheid worden gepland. Cru gezegd: elk aanbod creëert zijn eigen vraag. Maar krimp laat zich minder makkelijk plannen; de vraag stuurt het aanbod. We moeten dus op zoek naar een nieuwe manier van ruimtelijke planning. Minder is op zichzelf niet zozeer het probleem, maar hoe geef je de transitie van meer naar minder schadevrij vorm? Dat is een vraag waar veel gemeenten en corporaties nu mee worstelen. In elk geval niet door in de valkuil te stappen van de maakbare samenleving”, adviseert Weusthuis. “Je hebt een lange termijnvisie nodig, al was het alleen al om de investeringsbereidheid in nieuw vastgoed op te kunnen baseren. Als de kaasschaaf niet werkt, dan ben je als partners in de regio wel genoodzaakt om onderdelen van het wonen en het voorzieningennetwerk te schrappen. Dat zijn ingrijpende keuzes die je alleen kunt maken als je een goed gezamenlijk gevoel voor richting hebt: een breed gedragen regionale visie op de toekomst.”